De, in het Nederlands vertaalde, prenten van de drie boeken van de “Geheime Figuren der Rosenkreuzer”, onderaan de tekst, bevatten 37 prenten, waaronder Tabula Smaragdina, met een zeer diepzinnige betekenis die in komende eeuwen verklaard en begrepen zouden moeten worden.

De prenten zijn verzameld door de alchemist Henricus Madathanus Theosophus, hij noemde zich vanaf 1610 Hadrianus von Mynsicht dit zijn pseudoniemen van Adrian Seumenicht, hij leefde van 1588 tot 1638.
Het boek heeft drie delen.
Deel 1 Kabbala
Deel 2 Rozenkruis
Deel 3 Alchemie
Opgemerkt moet worden dat de volgorde van de delen in de loop der tijd verwisseld zijn. Bij de latere uitgaven was het derde deel tot eerste deel geworden.
Deze prenten kwamen in 1785 in de openbaarheid.
Viktor Stracke, verondersteld dat er een verband is tussen de drie boeken van Salomo, Hooglied; Spreuken en Prediker; de inhoud zou dus samenhangen met de wijsheid van Salomo
Deze publicatie bevat, in wat beperkte vorm, aanduidingen van wat in de voorafgaande honderd jaar als rozenkruiserstroming werkzaam was geweest en wat toen pas naar buiten kwam.
Nog eens honderd jaar later zien we de werking van de rozenkruiserstroming naar buiten treden in het werk van H.P.Blavatsky, vooral in de eerste helft van het boek “Isis ontsluierd”.
Daarin is veel van wat er in de geheime figuren school, in woorden uitgedrukt.
Een schat van westerse geheime wijsheid, die nog lang niet is begrepen, is daarin te vinden, ook al is de compositie vaak wat verward.
Ontstaan van de Figuren
In de dertiende eeuw was er ergens in Europa een bijeenkomst van een college van twaalf wijze mannen, die alle zeven stromingen van Atlantis en de vijf culturen van de na-Atlantische tijd vertegenwoordigden.
Tijdens deze inwijding van de dertiende hebben de twaalf wijzen alle kennis overgedragen aan de dertiende. Waarna hij een “Damascus ervaring” onderging.
In de loop van enkele weken gaf de dertiende alle wijsheid die hij van de twaalf had ontvangen aan hen terug, maar in een nieuwe vorm.
Wat hij hun openbaarde noemden de twaalf het ware christendom, de synthese van alle religies.
De dertiende stierf betrekkelijk jong, en de twaalf wijdden zich vervolgens aan de taak om wat de dertiende hun had geopenbaard in imaginaties – want anders was niet mogelijk- vast te leggen.
Zo ontstonden de symbolische figuren en afbeeldingen die in de verzameling van Henricus Madathanus Theosophus zijn opgenomen.
De vrucht van deze inwijding is dat een restant van zijn etherlichaam binnen de geestelijke atmosfeer van de aarde bewaard is gebleven.
Dit etherische restant werkte inspirerend op de twaalf zowel als op hun latere leerlingen, zodat uit hen de occulte stroming van de rozenkruisers kon ontstaan.
Deze ingewijde entiteit incarneerde in de veertiende eeuw en werd toen Christiaan Rozenkruis genoemd.
De latere leerlingen van de twaalf zijn de Rozenkruisers.
De kracht om in hun eigen ziel een dergelijke harmonie tussen willen en denken te bereiken, zochten de rozenkruisers in de uitstraling van het etherlichaam van de dertiende, van Christian Rosenkreuz.
Bepaald werd dat alle ontdekkingen die zij zouden doen eerst honderd jaar lang door de rozenkruisers zelf bestudeerd zouden worden en dat deze rozenkruisersopenbaringen daarna pas wereldkundig mochten worden gemaakt.
In 1785 is het werk “Geheime Figuren der Rosenkreutzer” bekend gemaakt.
Wat dieper ingaan op de achtergrond
Om dieper op de zaak in te gaan, moeten we het verschil bekijken tussen de scholing van Christian Rosenkreutz in vroegere en latere tijden. Vroeger was deze scholing meer natuurwetenschappelijk gericht, nu meer geesteswetenschappelijk. Zo werd bijvoorbeeld vroeger meer over natuurprocessen gesproken.
Deze wetenschap werd alchemie genoemd en, voor zover deze processen buiten de aarde plaatsvonden, astrologie.
Tegenwoordig gaan we meer van de spirituele beschouwing uit.
–
De middeleeuwse rozenkruisers bestudeerde de natuurprocessen die tot de aardse natuur behoren. Zo onderscheidde hij bijvoorbeeld drie verschillende natuurprocessen, die hij als de drie grote processen in de natuur zag.
Het eerste belangrijke proces is dat van de zoutvorming. Alles wat in de natuur als vaste stof uit een oplossing kan neerslaan noemde de middeleeuwse rozenkruiser zout.
Hij probeerde zich bewust te maken wat er in zijn eigen ziel gebeurde wanneer het zout proces in hem plaatsvond.
Hij dacht : de menselijke natuur vernietigt zichzelf voortdurend door begeerte en hartstochten, ons leven zou een voortdurend verval, een ontbindingsproces zijn als we ons aan dit verval zouden overgeven.
De middeleeuwse rozenkruiser wist dat als hij in zijn hartstochten niet zou bestrijden, hij dan in de volgende incarnatie met een aanleg voor ziekten geboren zou worden. De overwinning van de tot verval leidende krachten door spiritualiteit, dat is het microkosmische zoutproces.
Een andere ervaring was het proces van oplossing.
Alles wat iets anders kan doen oplossen, noemde de middeleeuwse rozenkruiser: Kwikzilver of Mercuur.
Hij wist dat wat in de ziel overeenkomt met kwikzilver, alle vormen van liefde zijn .
Het derde belangrijke natuurproces is verbranding, als een fysieke stof in vlammen opgaat.
Hij zocht naar het innerlijk proces dat met verbranding overeenstemt. Hij zag dit innerlijk proces in de innige overgave aan de godheid.
En noemde alles wat in vlammen kan opgaan zwavel of sulfer.
Als de middeleeuwse theosoof in zijn laboratorium zelf het verbrandingsproces uitvoerde, dan ervoer hij: ik doe wat de goden doen als ze zich offeren aan hogere goden.
De zielsprocessen riepen bij hem op: ten eerste goden-gedachten, ten tweede goden-liefde, ten derde goden-opoffering.
Tijdens het doen van de alchemische processen voelde hij in zich opgewekt de goddelijke reine gedachte en opgewekt tot de goddelijke liefde die doorstroomde hem en bij de verbranding voelde hij zich geroepen zich te offeren op het altaar van de wereld.
Het kijken naar de natuur maakte de middeleeuwse theosoof de van de opwaartse en de neergaande ontwikkeling duidelijk.
Het weten dat hij zich hierdoor eigen maakte , drukte hij uit in bepaalde tekens , in imaginatieve afbeeldingen en figuren .
Het was een soort imaginatieve kennis.
Het boek Geheime Figuren der Rosenkreutzer is een resultaat hiervan.
Zo werkten de beste alchemisten van de veertiende tot begin negentiende eeuw.
Als men bijv. de eigen begeerte-wereld wilde uitdrukken dan deed men dat door een leeuw, een wolf of een draak maar vogels zoals de duif, de raaf, de adelaar of de ooievaar zijn de boodschappers die ons uit de geestelijke wereld iets brengen , ons voeden of tot ons spreken.
Als deze dingen toen niet waren gebeurd, zouden wij ons nu niet in geesteswetenschappelijke zin met de weg van het Rozenkruis kunnen bezig houden.
Dit is heilige natuurwetenschap.
We kunnen de verborgen krachten die toen tot helderziendheid leidde terug vinden door geestes wetenschap te bestuderen en ons in ernstige meditatie en concentratie geheel en al aan het innerlijke leven van de ziel over te geven.
Door zo’n innerlijke ontwikkeling zal onze omgang met de natuur geleidelijk aan weer een offerdienst worden en kan de geestelijke waarheid achter de natuur weer worden waar genomen, de waarheid achter de maya.
In het jaar 1413, toen het bewustzijns-zieletijdperk aanving is ook het rozenkruis opgericht.
Deze periode duurt (25620/12=) 2160jaar en zal dus tot het jaar 3573 duren.
Voor deze vijfde na-atlantische cultuurperiode zal het van groot belang zij de “Geheime figuren der Rosenkreuzer” te verklaren zodat de bedoeling van deze moeilijke tijd begrepen kan worden.
Als je de prent beter wil bekijken moet je op de blauwe tekst klikken.
De oorspronkelijke prenten zijn op internet, vaak zeer goed gescand, beschikbaar.
De prenten zijn met een eenvoudig programma bewerkt en daarom niet van optimale kwaliteit.
*Viktor Stracke; Das Geistgebäude der Rosenkreuzer; Verlag am Goetheanum, 1993 /2006
*Rudolf Steiner; Het esoterisch Christendom; GA 130
Literatuur.
*H.P.Blavtsky, Isis ontsluierd
Soest , 23 april 2018 Dick van Vliet,